Een medewerker met een zichtbare tatoeage op de arm staat in een bakkerij deeg af te wegen bij een werkbank.
Ontwikkeling6 min lezen

Mag je werkgever tattoos en piercings op het werk verbieden? Arbeidsrechtadvocaat legt uit

De gemiddelde werkgever zal niet staan te springen als je met een nieuwe nektattoo of wenkbrauwpiercing op kantoor verschijnt. Toch heeft inmiddels 30 procent van de Nederlandse volwassenen een tatoeage en 37 procent een piercing. Is het dan nog redelijk dat werkgevers hier bezwaar tegen maken? Niet zomaar. Een werkgever moet daarvoor een concrete, werkgerelateerde reden hebben. Werkgevers mogen minder bepalen over lichaamsversiering dan we soms denken.


De meeste werkgevers zullen zich niet druk maken over een vlindertatoeage op de enkel of een subtiele neuspiercing. Maar als een tatoeage of piercing direct in het oog springt, ligt dat soms gevoeliger. ‘Tegelijkertijd zien we dat de maatschappelijke opvattingen over tattoos en piercings zijn veranderd’, vertelt arbeidsrechtadvocaat Gerard Berghuis van BAASZ Advocaten. ‘Tatoeages en piercings komen vaker voor en zijn meer geaccepteerd. Daarom passen werkgevers hun richtlijnen regelmatig aan.’

Dat is bijvoorbeeld merkbaar bij de politie. Tot 2021 moesten politiemedewerkers zichtbare tatoeages onder werktijd bedekken; inmiddels is dat beleid versoepeld. ‘Zolang tatoeages neutraal en niet aanstootgevend zijn, mogen agenten ze nu wel tonen’, geeft Berghuis aan. Steeds meer werkgevers uit andere branches volgen dit voorbeeld.

Goede onderbouwing verplicht bij verbod tatoeages en piercings

‘Het argument dat klanten een tatoeage of piercing niet professioneel vinden, is onvoldoende reden om zichtbare lichaamsversiering te verbieden’, licht Berghuis toe. ‘Een werkgever moet concreet kunnen onderbouwen waarom dit een probleem is in deze specifieke functie. Een werkgever heeft een instructierecht, maar is geen smaakpolitie.’

Hoe belangrijk die onderbouwing is, blijkt ook uit een rechtszaak tegen vervoersbedrijf RET in 2021. Het bedrijf eiste dat zijn controleurs in uniform zichtbare tatoeages onder werktijd bedekken. Hun argument? Controleurs moeten een neutrale, veilige en gezaguitstralende houding aannemen richting reizigers. Tatoeages zouden daar volgens RET niet aan bijdragen.

In hoger beroep trok RET aan het kortste eind. Berghuis: ‘Het hof oordeelde dat RET onvoldoende had onderbouwd waarom zichtbare tatoeages in deze functie daadwerkelijk een probleem zijn.’ Daarbij speelde mee dat politieagenten inmiddels zichtbare tatoeages mogen hebben, en dat burgers volgens een politie-evaluatie neutraal tegen tatoeages aankijken.

Wanneer mag een verbod wel?

Natuurlijk zijn er situaties waarin een werkgever wél mag vragen om tatoeages te bedekken of piercings uit te doen. ‘Het moet dan op basis van redelijke gronden zijn’, legt Berghuis uit. Dat is bijvoorbeeld het geval als tatoeages of piercings risico’s opleveren voor de veiligheid, hygiëne, herkenbaarheid of uniformiteit, of als representativiteit aantoonbaar belangrijk is.

‘Een goed voorbeeld zie je in de operatiekamer’, vertelt Berghuis. ‘Als een piercing kan blijven haken achter een apparaat of als beschermmiddelen door de piercing niet goed aansluiten, dan is dat een gegronde reden om medewerkers hun piercings te laten uitdoen.’

Instructierecht

Werkgevers grijpen bij voorschriften voor kleding en het uiterlijk vaak terug op het wettelijke instructierecht, waar ook representativiteit onder valt. ‘Maar het instructierecht kent grenzen’, nuanceert Berghuis. ‘Een werkgever moet kunnen uitleggen waarom het afdekken van bijvoorbeeld een tatoeage nodig is in deze functie, en waarom een minder ingrijpende oplossing niet volstaat.’

De branche waarin iemand werkt, speelt daarbij een rol. ‘Een hip marketingbureau zal minder snel een probleem maken van een tatoeage of piercing dan een werkgever in de zakelijke dienstverlening’, zegt Berghuis. ‘In sectoren als de politie, defensie, zorg en particuliere beveiliging zijn strengere regels vaak beter te onderbouwen. Als een marketingbureau iets tegen een zichtbare sleeve heeft, is het lastiger om dat hard te maken.’

Hoe zit dat bij sollicitaties?

Mag een werkgever sollicitanten afwijzen als zij opvallende tatoeages of piercings hebben? Dat hangt af van de functie. Een werkgever mag een sollicitant niet afwijzen omdat hij tattoos simpelweg niet mooi of professioneel vindt. Als de werkgever kan uitleggen dat zichtbare tattoos of piercings een concreet probleem opleveren voor juist die functie, kan dat anders liggen. Denk aan veiligheid, hygiëne of een functie waarin uniformiteit of neutraliteit aantoonbaar noodzakelijk is.

Wat als je werkgever bezwaar maakt tegen een tatoeage of piercing?

Wie een duidelijk zichtbare tatoeage of piercing wil nemen, is niet verplicht om daarvoor toestemming te vragen. ‘Je werkgever bepaalt niet wat je in je privéleven met je lichaam doet’, beargumenteert Berghuis. ‘Maar als je bijvoorbeeld een tatoeage in je nek wilt nemen en representativiteit belangrijk is voor je functie, dan is het netjes om het te bespreken. Een werkgever kan meestal niet bepalen dat je geen tatoeage neemt, maar kan soms wel vragen om tatoeages te bedekken.’

Maakt je werkgever bezwaar tegen uiterlijke keuzes en ben je het daar niet mee eens? Gebruik dan deze aanpak:

  • Ga het gesprek aan met je werkgever. Vraag waarom deze regel geldt, wat het belang ervan is en waarom dit voor jouw functie noodzakelijk is.

  • Controleer de onderbouwing. Kijk of er een gegronde reden is of dat deze regel alleen op onderbuikgevoelens berust.

  • Kijk samen naar alternatieven. Vraag of tatoeages of piercings afdekken tijdens het werk voldoende is.

  • Naar de rechter? Zie dit alleen als een uiterste middel als je er samen niet uitkomt.

Eén ding is duidelijk: de tijd dat ‘Wij vinden een tatoeage niet netjes’ volstond als reden om tatoeages te laten bedekken, ligt inmiddels ver achter ons.


Afbeelding van de auteur

Romy Veul

Freelance journalist

Romy Veul is freelance journalist en tekstschrijver. Ze schrijft over carrière, persoonlijke groei, werk-privébalans, emancipatie op de werkvloer en zzp’en.